Wapen van de familie Vernooij 17e en 18e eeuw

De afstamming van de

Familie Vernooij

Wapen van de familie Vernooij 17e en 18e eeuw
Hoofdpagina

Naar de database

Inleiding

Markante Vernooijen

Verhalen

Het wapen van de familie Vernooij

Spellingsperikelen

De Amerikaanse tak

De Werkhovense tak 17e eeuw

Kasteel Sterkenburg

Leuterveld

Literatuur en links


Een historisch-landschappelijke schets van het Kromme-Rijngebied

Uit: " Boerengezinnen in beweging " van C.G.Th.(Kees) Vernooij;

Het Kromme-Rijngebied omvat de plaatsen Houten, Bunnik, Odijk, Werkhoven, Langbroek, Wijk bij Duurstede, Cothen, Schalkwijk, Tull en 't Waal en 't Goy.
Het gebied behoort tot het landschapstype van het rivierkleigebied en het landschap van dit gebied is in het Holoceen (jongste geologische tijdvak) tot stand gekomen onder invloed van de vroegere rivierarmen van de Rijn.

Kaartje (fragment) van Blaeu (17e eeuw)
De sterk kronkelende Kromme Rijn ontstond omstreeks 1000 voor Chr. In de Romeinse tijd was de Kromme Rijn nog een jaarlijks overstromende rivier met een beddingsbreedte van circa 100 meter. Omstreeks 1000 na Chr. traden er door de verzanding van de berm afvoerproblemen op. Het definitieve einde van de rivier als belangrijke Rijnarm werd in 1122 een feit toen men de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede afdamde. Op dat moment was de Lek al de belangrijkste Rijnarm. Het Kromme-Rijngebied wordt landschappelijk gekenmerkt door oeverwallen en kommen, die ontstonden doordat de rivier regelmatig buiten haar bedding trad, waardoor er zand en klei afzetting plaats vond. Door het gewicht van het zand werd dit dicht in de buurt van de bedding afgezet, terwijl de lichtere kleideeltjes meer landinwaarts bezonken. Zo ontstonden de wat hogere, zanderige oeverwallen en de lage kommen met zware klei.
In de Romeinse tijd nam de landbouwactiviteit op de stroomruggen sterk toe. Ook na het vertrek van de Romeinen bleef de bewoning geconcentreerd op de hoge stroomruggen. Hierop ontstonden al vroeg plaatsen als Bunnik, Odijk, 't Goy, Houten, Werkhoven, Cothen en Wijk bij Duurstede. Na de bedijking van de Neder Rijn en de Lek en de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 werden de moerassige komgebieden ontgonnen en ontstonden de twee lintdorpen Langbroek en Schalkwijk. In dezelfde tijd ontstonden ook twee lintbuurten, nl. de Wijkersloot en de Houtense Wetering. De rond omstreeks 1100 in het Kromme Rijngebied plaatsvindende ontginningen waren waarschijnlijk het gevolg van het ontstaan van een toenemende behoefte aan landbouwgrond vanwege de groei van de bevolking.
Uit het rond 1100 aanleggen van dijken, het afdammen van de Kromme Rijn en het ontginnen van met name de gebieden rondom Langbroek en Schalkwijk blijkt de toenemende greep van de mens op zijn omgeving. Tot de 19e eeuw vindt er dan vrijwel geen ingrijpende bemoeienis van de mens met het landschap van het Kromme Rijngebied meer plaats.
In de 19e eeuw start een nieuwe fase van bemoeienis van de mens met het landschap van het Kromme Rijngebied door het aanleggen van een aantal vestingwerken (zoals de forten Rhijnauwen, Vechten, Honswijk en het Hemeltje) voor de Hollandse Waterlinie. Met de bouw werd in 1815 begonnen en deze was voltooid rond 1885. In de Eerste Wereldoorlog werden rondom de forten bunkers en kazematten geplaatst.
Een andere bemoeienis vormde het aanleggen van spoorlijnen, waardoor het gebied rond 1850 doorsneden werd door de verbinding Utrecht - Arnhem en in 1868 door de spoorlijn Utrecht - Den Bosch.

*Laatst bijgewerkt op 4 juni 2007.


Over deze website

Vragen of opmerkingen, mail ons: